door Kie Ellens               

 mannetje    
                                                             
Proloog
Rood is stoppen, groen is doorlopen.   
                                                                                   
Als de zon achter een heldere horizon zinkt en er binnen honderden kilometers geen land te bekennen is, geen vocht in de lucht zit en er geen atmosferische storingen zijn, kan het gebeuren dat je de groene straal ziet. De laatste straal van de zon als die verdwijnt achter de ronding van de aarde. Deze groene flits is vaak zo snel verdwenen dat je aan zijn bestaan zou twijfelen. Voor zeelieden was de Green Ray een teken van hoop (en ‘kleurde’ zo hun bestaan).

In 1882 verscheen van Jules Verne het boek Le Rayon Vert, in het Nederlands ‘De Wonderstraal’ maar letterlijk vertaald is het De Groene Straal. Het boek gaat over de zoektocht naar de groene flits. Meer dan een eeuw later zal de Britse kunstenares Tacita Dean ook de wereld rondreizen op zoek naar het bijzondere fenomeen. Ze filmt het uiteindelijk vanaf het strand van Madagaskar, op de laatste dag van haar verblijf aldaar. De straal zelf ziet ze pas nadat ze deze laatste opname terugkrijgt uit het filmlab in Londen.

door Anne Berk  
                          

ontluchting 2 kl     

Als je vanuit Wolvega de Sonnegaweg oprijdt, waar galerie Smarius sinds 2005 is gevestigd, zie je voor de oude stolpboerderij, een hoge, kleurrijke zuil van Wia van Dijk oprijzen. Het aluminium van de driedelige, telescoopachtige vorm ‘Verleden, heden en toekomst’ is bedekt met een letterlijk schitterende lappendeken van horizontale en verticale kleurvlakken van verschillende formaten. Een prachtig contrast met de weidse omgeving. De groene weilanden lijken er nog groener door en de hemel nog blauwer. Je kunt er een verloop in zien: de basis wordt gevormd door grotere vlakken in verzadigde kleuren, variërend van indigoblauw, lichtgrijs, zwart, maar ook lichtgeel. Naarmate je hoger komt worden de vlakken kleiner en de kleuren lichter, maar zonder dat er sprake is van een systematiek. Want Van Dijk koestert haar vrijheid, een vrijheid die ze herkent in het werk van Jessica Stockholder en Katharina Grosse, en die ook tot uitdrukking komt in de titel van de tentoonstelling ‘Playing Around.’

door Wia van Dijk

red. Sandra Jongenelen


opborrelende gedachten kl
   foto John Stoel


De hersenen, het domein van het denken en van de gedachten. Ieder mens heeft ze, de gedachten ze zijn individueel, onzichtbaar en bevatten emoties. Gedachten komen op en verdwijnen en maken plaats voor een volgende gedachte. Ze staan nooit op zichzelf. Ze maken deel uit van een reeks. Ons brein is dan ook onophoudelijk in beweging.

Als klein kind was ik hierdoor al gefascineerd en deed ik ‘s avonds wanneer ik op bed lag vaak pogingen mijn gedachten te laten stoppen. Ook nu nog schieten mijn gedachten soms tot vervelends toe alle kanten op. Ik ben niet echt een chaotisch type maar vind die stromingen in mijn gedachten soms knap lastig. In mijn werken van de afgelopen drie jaar wordt deze fascinatie voor gedachten steeds zichtbaarder. Hoe bewegen ze zich, hoe ongrijpbaar zijn ze en hoe zijn ze verweven met een gevoel?

door S. Smarius



Smarius overzicht kl

 

De expositie getiteld 'Play around', is een voortzetting van de eerdere introducties van haar werk bij de galerie, die zich richt op ontwikkelingen in de hedendaagse kunst.

Wia van Dijk: "Wat mij fascineert in de beeldhouwkunst is de tastbaarheid en het fysiek aanwezig zijn van een beeld. De allerdaagse zwaartekracht die een bepaalde logica eist en het directe contact van het beeld met zijn omgeving'. Principes uit de beeldhouwkunst beperken haar niet, maar nodigen haar eerder uit ervan af te wijken als het bijdraagt aan haar beeldtaal. Met een open houding laat Van Dijk zich leiden door een innerlijke drive. Ze volgt haar eigen wetmatigheden om aspecten van de schilder- en beeldhouwkunst tot één geheel te brengen. Ze schildert en tekent met driedimensionale vormen. Zo ontstaan ruimtelijke beelden als dragers van kleur. Hierin voelt zij zich verwant met de Amerikaanse kunstenaar Jessica Stockholder en de Duitse kunstenaar Katharina Grosse. Ook deze kunstenaars onderzoeken het bereik en de nieuwe mogelijkheden van de schilder- en beeldhouwkunst in relatie tot de ruimte.

door Erik Luermans


in de tijd der tijden 2kl
  foto John Stoel


Het beeld In de tijd der tijden, met behulp van een eenvoudige aluminiumconstructie enkele decimeters boven het grasveld geheven, staat er opvallend bij temidden van het groen in de Hortus Botanicus te Haren. Het formaat roept de associatie op van een huis, maar voldoet niet aan de functionele eisen daarvan. Integendeel. Het huis is gesloten maar door de gekleurde glazen platen tegelijkertijd toch transparant. Het interieur laat zich van de buitenkant slechts raden. De gekozen vorm, structuur en contouren zijn van een verrassende eenvoud. De kleuren verlopen. Ze worden naar boven toe transparanter en feller. Ze zoeken het contrast op zonder het totaalbeeld uiteen te scheuren. De reflecties van de lucht, van het licht en de schaduw, van het grasveld en de omringende bomen versterken deze complexiteit.

door Hanna Hagenaars


pezzettino 12 kl
foto Harry Cock

Het atelier van Wia van Dijk is bedekt met een dikke laag gekleurd krijtachtige stof. Een deel van de vloer wordt in beslag genomen door wonderlijke bouwseltjes. Hun kleuren zijn als in een ochtenddauw, als onder een wit vliesje. Het is een stad als in een visioen. Hier staan de elementen voor het werk voor het gerechtsgebouw. Elk torentje is gestapeld uit losse bouwstenen van beton, ongelijk van grootte maar steeds in diverse tinten van één kleur. Lindegroen, mintgroen, dennegroen, blauwgroen. De kleuren zijn zoet en suikerachtig, alsof ze de harde materie van het beoton willen verzachten. De werkwijze herinnert aan het spelen met de blokkendoos. De opbouw voldoet aan de meest primitieve wetten: de grote stenen dragen de kleinere stukken. Maar steeds zoekt Van Dijk naar de grenzen van deze wetten, de spanning van het uitproberen hoever je gaan kunt voordat de toren omvalt.

door Wia van Dijk


 de reis door mijn kamer kl

In de schaarsverlichte ruimte staan stevige wit geschilderde betonnen kolommen die vloer en plafond met elkaar verbinden. De statische kolommen domineren de ruimte en ik zie ze als aders en zenuwen in het binnenste van het binnenste. Binnen deze ruimte spiegel ik het innerlijke en doe ik verslag van een reis, waarbij ik kleuren laat zijn als metafoor voor gedachten en emoties. Het is een reis die voert langs een onophoudelijke stroom:

door Annemiek de Jong


 nu open frontaal kl
 foto John Stoel

'NU OPEN' is de titel van de installatie die Wia van Dijk deze zomer in Frontaal heeft gemaakt.

'Nu' - dit moment, de tijd - en  'Open'   - onbegrensd, transparantie -  zijn,  sleutelwoorden in haar huidige werk. Op overrompelende wijze is dit in deze expositie zichtbaar. Bij binnenkomst wordt de kijker als het ware overvallen door een ruimte vol gekleurde banen die op de wand en de vloer aangebracht zijn in een patroon van horizontale en vertikale strepen. De ruimte zindert; overal verftoetsen, overal kleur, onderbroken lijnen, overgangen in kleur - van fluorrose naar donkerbruin, zwart -. Bijna geen schakering ontbreekt.  In de dynamiek van kleur en beweging vallen patronen te ontdekken die eindeloos door kunnen gaan.  De begrenzing van de ruimte wordt afgetast.

door Leo Delfgaauw, kunsthistoricus

rechtbank Adam

De muurschildering van Wia van Dijk (1954) lijkt een voorlopige synthese van haar tekenwerk en haar ruimtelijke werk.

Op de witte muur zijn in een fijnkorrilige structuur grote cirkelvormen aangebracht. De cirkelvormen zijn van wisselend formaat en zijn geen van allen perfect rond. Ze hebben forse inkepingen aan de rand en doen zo denken aan bloemen of zonnen, maar tegelijk roepen ze met hun tandingen associaties op met het blad van een cirkelzaag. Lieflijk of vervaarlijk? Als bliksembollen rollen ze over de muur. Deze contrasterende interpretatiemogelijkheden lijken geheel in overeenstemming met de bedoelingen van Wia van Dijk.

door B. Loerakker, architect

nabijtwaalf 88 kl



We willen dingen onderzoeken en ze hun eigen vormen laten ontdekken. Het staat ons tegen er van buitenaf een vorm aan te geven, ze van buitenaf te determineren, ze aan wat voor soort wetten ook te onderwerpen, ze te dicteren. (Hugo Håring, Wege zum form 1925)


Deze ruim 75 jaar geleden genoteerde zinnen zijn karakteristiek voor de mentaliteit van waaruit Wia van Dijk in de jaren ‘80 haar werk benadert. Zij zoekt naar vormen die in het grensgebied tussen figuratie en abstractie vanzelfsprekend zijn en niet geforceerd overkomen. Zowel qua materiaal als qua kleur is haar werk uit deze periode elementair, helder en direct. Dankzij deze eigenschappen laat Van Dijk zowel in haar vrije werk als in opdrachtsituatie vormen ontstaan die blijven boeien, en die een relatie aangaan met de omgeving waarin het geplaatst wordt. Over de relatie tussen het beeld en zijn plek in de beginperiode zegt zij: ‘het beeld moet niet op je afkomen, je moet het ontmoeten. Of misschien wil ik wel dat de toeschouwer het zelf ontdekt’. Enkele vroege werken van haar hand laten zien wat zij hiermee bedoelt. Zo toont Nabij twaalf (1989), gemaakt voor de Kloostertuin te Beuningen, twee identieke elementen van gegoten grijs beton. Door de manier waarop de delen zijn opgesteld, suggereren zij oorspronkelijk een vorm te zijn geweest, die in het midden is doorgesneden.

door Liesbeth Grootenhuis, kunsthistorica

in de tijd der tijdenHort
foto Harry Cock

 

Kleur, het is door de aarde gegeven en kunstenaars maken er naarstig gebruik van. Waar van oudsher, okers roden boden, lapis lazuli een hemels blauw en houtskool een roetzwart pigment, vervaardigen chemici in onze huidige, maakbare wereld de meest uiteenlopende kleuren. Pigmenten zijn een onderdeel van de kunstenaarstaal, klankbepalend voor een werk. Vele kleurenstudies ontstonden in de loop der eeuwen, variërend van lichtgolven tot gevoelswaarden. Er is licht nodig om kleur te zien. En speelt het licht dóór de kleur, dan is het effect uitgesproken transcendent. In de gotiek bereikte dit in glas-in-loodramen een fonkelend hoogtepunt. Voorstellingen vertellen de devotionele verhalen, maar vooral de kleur versterkt het hemelse karakter krachtig. Kathedralen waren immers godshuizen, daar binnen was de gelovige weg van de aardse beslommeringen.