door Leo Delfgaauw, kunsthistoricus

rechtbank Adam

De muurschildering van Wia van Dijk (1954) lijkt een voorlopige synthese van haar tekenwerk en haar ruimtelijke werk.

Op de witte muur zijn in een fijnkorrilige structuur grote cirkelvormen aangebracht. De cirkelvormen zijn van wisselend formaat en zijn geen van allen perfect rond. Ze hebben forse inkepingen aan de rand en doen zo denken aan bloemen of zonnen, maar tegelijk roepen ze met hun tandingen associaties op met het blad van een cirkelzaag. Lieflijk of vervaarlijk? Als bliksembollen rollen ze over de muur. Deze contrasterende interpretatiemogelijkheden lijken geheel in overeenstemming met de bedoelingen van Wia van Dijk.

Onder het motto ‘alles is onderscheid’ heeft zij in haar werk voortdurend tegenstellingen verkend. Open en gesloten vormen, massa en ruimte, zichtbaar en onzichtbaar zijn de elementen waarmee zij haar beelden formeert. Ook brengt zij haar afzonderlijke werken met elkaar in contrast in ruimtelijke presentaties van zowel tekeningen als beelden en wandobjecten. Vorm, materiaal, kleur en ruimte spelen mee in een totaal van tegenstellingen en aanvullingen. De muurschildering geeft hiervan een gecomprimeerd beeld weer.

Enerzijds toont het de vorm op het plattevlak waarbij contour, kleur en textuur belangrijk zijn. Anderzijds worden de vormen ruimtelijk door hun vrije plaatsing tegen een neutrale achtergrond, door de gesuggereerde beweging en door de referenties aan de beelden die Van Dijk eerder maakte. De schildering is zo een optelsom van elementen uit het totale werk van Wia van Dijk, maar tevens een nieuwe en zelfstandig werk dat zich voegt in de reeks van aanvullende contrasten. Als een kraal in een veelkleurige ketting.

Uit: catalogus kunst bij het gerechtsgebouw Parnas, Amsterdam.