Wia van Dijk

aards en lichtvoetig

We willen dingen onderzoeken en ze hun eigen vormen laten ontdekken. Het staat ons tegen er van buitenaf een vorm aan te geven, ze van buitenaf te determineren, ze aan wat voor soort wetten ook te onderwerpen, ze te dicteren. (Hugo Håring, Wege zum form 1925)

Deze ruim 75 jaar geleden genoteerde zinnen zijn karakteristiek voor de mentaliteit van waaruit Wia van Dijk in de jaren ‘80 haar werk benadert. Zij zoekt naar vormen die in het grensgebied tussen figuratie en abstractie vanzelfsprekend zijn en niet geforceerd overkomen. Zowel qua materiaal als qua kleur is haar werk uit deze periode elementair, helder en direct. Dankzij deze eigenschappen laat Van Dijk zowel in haar vrije werk als in opdrachtsituatie vormen ontstaan die blijven boeien, en die een relatie aangaan met de omgeving waarin het geplaatst wordt. Over de relatie tussen het beeld en zijn plek in de beginperiode zegt zij: ‘het beeld moet niet op je afkomen, je moet het ontmoeten. Of misschien wil ik wel dat de toeschouwer het zelf ontdekt’. Enkele vroege werken van haar hand laten zien wat zij hiermee bedoelt. Zo toont Nabij twaalf (1989), gemaakt voor de Kloostertuin te Beuningen, twee identieke elementen van gegoten grijs beton. Door de manier waarop de delen zijn opgesteld, suggereren zij oorspronkelijk een vorm te zijn geweest, die in het midden is doorgesneden.

nabij twaalf kloostertuin Beuningen
Lees meer...

kunst bij het gerechtsgebouw

muurschildering keimverf op beton, Gerechtsgebouw Amsterdam

De muurschildering van Wia van Dijk (1954) lijkt een voorlopige synthese van haar tekenwerk en haar ruimtelijke werk.

Op de witte muur zijn in een fijnkorrelige structuur grote cirkelvormen aangebracht. De cirkelvormen zijn van wisselend formaat en zijn geen van allen perfect rond. Ze hebben forse inkepingen aan de rand en doen zo denken aan bloemen of zonnen, maar tegelijk roepen ze met hun tandingen associaties op met het blad van een cirkelzaag. Lieflijk of vervaarlijk? Als bliksembollen rollen ze over de muur. Deze contrasterende interpretatiemogelijkheden lijken geheel in overeenstemming met de bedoelingen van Wia van Dijk.

Onder het motto ‘alles is onderscheid’ heeft zij in haar werk voortdurend tegenstellingen verkend. Open en gesloten vormen, massa en ruimte, zichtbaar en onzichtbaar zijn de elementen waarmee zij haar beelden formeert. Ook brengt zij haar afzonderlijke werken met elkaar in contrast in ruimtelijke presentaties van zowel tekeningen als beelden en wandobjecten. Vorm, materiaal, kleur en ruimte spelen mee in een totaal van tegenstellingen en aanvullingen. De muurschildering geeft hiervan een gecomprimeerd beeld weer.

Enerzijds toont het de vorm op het plattevlak waarbij contour, kleur en textuur belangrijk zijn. Anderzijds worden de vormen ruimtelijk door hun vrije plaatsing tegen een neutrale achtergrond, door de gesuggereerde beweging en door de referenties aan de beelden die Van Dijk eerder maakte. De schildering is zo een optelsom van elementen uit het totale werk van Wia van Dijk, maar tevens een nieuwe en zelfstandig werk dat zich voegt in de reeks van aanvullende contrasten. Als een kraal in een veelkleurige ketting.

Lees meer...