Wia van Dijk

stralende kleuren

Als je vanuit Wolvega de Sonnegaweg oprijdt, waar galerie Smarius sinds 2005 is gevestigd, zie je voor de oude stolpboerderij, een hoge, kleurrijke zuil van Wia van Dijk oprijzen. Het aluminium van de driedelige, telescoopachtige vorm ‘Verleden, heden en toekomst’ is bedekt met een letterlijk schitterende lappendeken van horizontale en verticale kleurvlakken van verschillende formaten. Een prachtig contrast met de weidse omgeving. De groene weilanden lijken er nog groener door en de hemel nog blauwer. Je kunt er een verloop in zien: de basis wordt gevormd door grotere vlakken in verzadigde kleuren, variërend van indigoblauw, lichtgrijs, zwart, maar ook lichtgeel. Naarmate je hoger komt worden de vlakken kleiner en de kleuren lichter, maar zonder dat er sprake is van een systematiek. Want Van Dijk koestert haar vrijheid, een vrijheid die ze herkent in het werk van Jessica Stockholder en Katharina Grosse, en die ook tot uitdrukking komt in de titel van de tentoonstelling ‘Playing Around.’

Het werk van Van Dijk is terug te voeren tot het modernisme. Hoewel ze veel intuïtiever werkt, zijn er raakvlakken met het geometrisch abstract werk van Bauhausdocent Josef Albers (1888-1976), die in 1933 naar Amerika vluchtte en grote invloed uitoefende op de fundamentele schilderkunst. Voor Albers waren kleuren synoniem met gevoelens en dat geldt ook voor Van Dijk, ook al blijken die per persoon wel te verschillen. Dat ondervond Van Dijk toen ze leerlingen van de basisschool vroeg welke kleuren zij associeerden met de ‘Heden, verleden en toekomst’. Het leverde een bont palet van kleuren opleverde die het gelijknamige beeld hebben bepaald.

Lees meer...

de zoektocht naar totaliteit

in de tijd der tijden II Landgoed Anningahof, Zwolle

Het beeld In de tijd der tijden, met behulp van een eenvoudige aluminiumconstructie enkele decimeters boven het grasveld geheven, staat er opvallend bij temidden van het groen in de Hortus Botanicus te Haren. Het formaat roept de associatie op van een huis, maar voldoet niet aan de functionele eisen daarvan. Integendeel. Het huis is gesloten maar door de gekleurde glazen platen tegelijkertijd toch transparant. Het interieur laat zich van de buitenkant slechts raden. De gekozen vorm, structuur en contouren zijn van een verrassende eenvoud. De kleuren verlopen. Ze worden naar boven toe transparanter en feller. Ze zoeken het contrast op zonder het totaalbeeld uiteen te scheuren. De reflecties van de lucht, van het licht en de schaduw, van het grasveld en de omringende bomen versterken deze complexiteit.

De titel In de tijd der tijden geeft aan dat een moment van waarnemen, denken en associëren in een groter geheel opgaat. Het wordt opgenomen in een lange reeks van momenten die tezamen ons tijdsbeeld vormen. Het beeld van toen, nu en straks.

Deze manier van denken en werken is karakteristiek voor het gehele oeuvre van Van Dijk. De stapeling van elementen in specifieke vormen, formaten en kleuren, uitgelegd op de vloer, functionerend als monumentaal buitenbeeld, of als een kleinood aan de wand, is uitgegroeid tot een manier van vertellen. Natuurlijke vormen en vormen aan de natuur ontleend kunnen uitgroeien tot het idioom van de architectuur. De kleur, en vooral de heldere toon, blijft niettemin dominant. De materiaalkeuze lijkt hieraan ondergeschikt. Glasplaten of speelgoedautootjes, beton of schilderij: het zijn allen slechts voertuigen voor de kleur om haar verhaal te vertellen. Ogenschijnlijke contrasten verkennen de grenzen van het waarnemen, maar worden omgesmeed en tot een groter geheel gemaakt. De esthetiek vormt in dit spel een belangrijk wapen. Hier gaat het niet om de wil te behagen. Hier dient de esthetiek de schoonheid, in de zin van eenvoud en helderheid. In haar werk richt Van Dijk zich op een innerlijke wereld die onlosmakelijk verbonden is met de haar omringende wereld. Het is de zoektocht naar totaliteit die telkens opnieuw wordt verbeeld.

Lees meer...

opborrelende gedachten

De hersenen, het domein van het denken en van de gedachten. Ieder mens heeft ze, de gedachten ze zijn individueel, onzichtbaar en bevatten emoties. Gedachten komen op en verdwijnen en maken plaats voor een volgende gedachte. Ze staan nooit op zichzelf. Ze maken deel uit van een reeks. Ons brein is dan ook onophoudelijk in beweging.

Als klein kind was ik hierdoor al gefascineerd en deed ik ‘s avonds wanneer ik op bed lag vaak pogingen mijn gedachten te laten stoppen. Ook nu nog schieten mijn gedachten soms tot vervelends toe alle kanten op. Ik ben niet echt een chaotisch type maar vind die stromingen in mijn gedachten soms knap lastig. In mijn werken van de afgelopen drie jaar wordt deze fascinatie voor gedachten steeds zichtbaarder. Hoe bewegen ze zich, hoe ongrijpbaar zijn ze en hoe zijn ze verweven met een gevoel?

In mijn laatste ontwerp Op borrelende gedachten en de zes gouden kussens dat ik maak voor het nieuwe Cultureel Centrum van de gemeente Zuidhorn, staan ook weer gedachten centraal. Gedachten vormen immers de basis van de ideeÎn en liggen ten grondslag aan de cultuur van de mensheid.

Het gebouw heeft een architectuur van eenvoud en helderheid. Glazen puien, subtiel gekleurd, scheiden binnen en buiten. Voor het gebouw is een uitgestrekt bassin met een dun laagje water, dat zacht heen en weer stroomt. Op de bodem van het bassin in het beton staan korte teksten. Het zijn gedachten die leerlingen van de basisschool hadden als associatie bij het Cultureel Centrum.

Op het wateroppervlak ‘zweven’ glanzende bollen in heldere sprankelende kleuren en verschillende maten. De bollen zijn zodanig aan de bodem bevestigd dat ze stevig vast zitten, maar wel de suggestie wekken dat ze drijven, meedrijven op de stroom van het water. Die beweging, de weerspiegeling van het water in het oppervlak van de bollen, de teksten die soms duidelijk leesbaar zijn en dan weer verdwijnen in het bewegende water, staan symbool voor ideeÎnstromen. Het zijn gedachten die opborrelen en weer plaatsmaken voor nieuwe gedachten.

Lees meer...

aards en lichtvoetig

We willen dingen onderzoeken en ze hun eigen vormen laten ontdekken. Het staat ons tegen er van buitenaf een vorm aan te geven, ze van buitenaf te determineren, ze aan wat voor soort wetten ook te onderwerpen, ze te dicteren. (Hugo Håring, Wege zum form 1925)

Deze ruim 75 jaar geleden genoteerde zinnen zijn karakteristiek voor de mentaliteit van waaruit Wia van Dijk in de jaren ‘80 haar werk benadert. Zij zoekt naar vormen die in het grensgebied tussen figuratie en abstractie vanzelfsprekend zijn en niet geforceerd overkomen. Zowel qua materiaal als qua kleur is haar werk uit deze periode elementair, helder en direct. Dankzij deze eigenschappen laat Van Dijk zowel in haar vrije werk als in opdrachtsituatie vormen ontstaan die blijven boeien, en die een relatie aangaan met de omgeving waarin het geplaatst wordt. Over de relatie tussen het beeld en zijn plek in de beginperiode zegt zij: ‘het beeld moet niet op je afkomen, je moet het ontmoeten. Of misschien wil ik wel dat de toeschouwer het zelf ontdekt’. Enkele vroege werken van haar hand laten zien wat zij hiermee bedoelt. Zo toont Nabij twaalf (1989), gemaakt voor de Kloostertuin te Beuningen, twee identieke elementen van gegoten grijs beton. Door de manier waarop de delen zijn opgesteld, suggereren zij oorspronkelijk een vorm te zijn geweest, die in het midden is doorgesneden.

nabij twaalf kloostertuin Beuningen
Lees meer...

kunst bij het gerechtsgebouw

muurschildering keimverf op beton, Gerechtsgebouw Amsterdam

De muurschildering van Wia van Dijk (1954) lijkt een voorlopige synthese van haar tekenwerk en haar ruimtelijke werk.

Op de witte muur zijn in een fijnkorrelige structuur grote cirkelvormen aangebracht. De cirkelvormen zijn van wisselend formaat en zijn geen van allen perfect rond. Ze hebben forse inkepingen aan de rand en doen zo denken aan bloemen of zonnen, maar tegelijk roepen ze met hun tandingen associaties op met het blad van een cirkelzaag. Lieflijk of vervaarlijk? Als bliksembollen rollen ze over de muur. Deze contrasterende interpretatiemogelijkheden lijken geheel in overeenstemming met de bedoelingen van Wia van Dijk.

Onder het motto ‘alles is onderscheid’ heeft zij in haar werk voortdurend tegenstellingen verkend. Open en gesloten vormen, massa en ruimte, zichtbaar en onzichtbaar zijn de elementen waarmee zij haar beelden formeert. Ook brengt zij haar afzonderlijke werken met elkaar in contrast in ruimtelijke presentaties van zowel tekeningen als beelden en wandobjecten. Vorm, materiaal, kleur en ruimte spelen mee in een totaal van tegenstellingen en aanvullingen. De muurschildering geeft hiervan een gecomprimeerd beeld weer.

Enerzijds toont het de vorm op het plattevlak waarbij contour, kleur en textuur belangrijk zijn. Anderzijds worden de vormen ruimtelijk door hun vrije plaatsing tegen een neutrale achtergrond, door de gesuggereerde beweging en door de referenties aan de beelden die Van Dijk eerder maakte. De schildering is zo een optelsom van elementen uit het totale werk van Wia van Dijk, maar tevens een nieuwe en zelfstandig werk dat zich voegt in de reeks van aanvullende contrasten. Als een kraal in een veelkleurige ketting.

Lees meer...