Kleur is het moment waarop iets van het innerlijke zichtbaar wordt binnen een werkelijkheid die voortdurend in beweging is: vreugde en zwaarte, nabijheid en leegte tekenen zich in kleur af en krijgen gestalte.
Mijn ogen eten kleur
Kleuren ontrafel ik in hun samenstelling en karakter en hun onderlinge werking roept verwondering bij mij op. Kleuren zijn net mensen. In mijn werk onderzoek ik hoe herinnering, emotie en tijd zich verweven en in kleur zichtbaar worden als een dynamische ordening binnen de onvoorspelbaarheid en complexiteit van het menselijke bestaan.
In twee- en driedimensionale werken verken ik de relatie tussen kleur, materie en ruimte. Structuren ontstaan in ritmische herhaling en verweven zich visueel tot ruimtelijke samenhang. Materialen en verfsoorten – van matte verf tot epoxyhars – gebruik ik om gelaagdheid, intensiteit, helderheid en de ruimtelijke werking van kleur te onderzoeken, waarin de resonantie van menselijke beleving voelbaar wordt. In installaties staat de ruimte centraal. Kleur en omgeving dagen elkaar uit, waarbij kleur zich sec als kleur manifesteert of tijdsbeleving in zich draagt.
In het langlopende project Levensader voer ik kleurgesprekken met ouderen en jongeren. Hun kleurkeuzes vormen paletten waarin tijd, identiteit en vergankelijkheid zichtbaar worden. In 2024 is Stichting Levensaderproject (LAP) opgericht, waarmee het project landelijk wordt voortgezet binnen een verdiepend maatschappelijk en cultureel kader.
De uil, verbeeld als Athene noctua is in mijn werk een terugkerend motief dat staat voor een vorm van waarneming die het zichtbare overstijgt. Verbonden met Pallas Athena verbeeldt hij een spanning tussen inzicht en intuïtie, tussen helderheid en mysterie. Hij vormt een vast referentiepunt in mijn onderzoek naar tijd, herinnering en de gelaagdheid van het menselijk bewustzijn.

Athene noctua
verder dan het zichtbare
In de Griekse mythologie is de uil verbonden met Pallas Athena, godin van de wijsheid, en staat hij symbool voor inzicht en helderheid. Als metafoor verwijst hij naar het vermogen verder te kijken dan wat zich direct toont en door te dringen tot de essentie van wat zich aandient.
Sinds de realisatie van de twaalf gouden uilen met gekleurde ogen voor de Rijksuniversiteit Groningen keert de uil geregeld terug in mijn werk. Des ter opvallender, omdat mijn werk zich grotendeels binnen het conceptuele domein beweegt. Toch keert de uil steeds terug en blijft hij mij fascineren, juist doordat hij in essentie hetzelfde blijft.
De uil raakt aan de thema’s die mijn werk dragen: tijd, waarneming, herinnering en de gelaagdheid van het menselijk bewustzijn. Zijn diepe, indringende ogen roepen een menselijke aanwezigheid op; een blik die verder reikt dan het zichtbare.
Naast wijsheid belichaamt de uil ook mysterie en intuïtie. Als nachtdier beweegt hij zich geruisloos door het duister en verbeeldt hij een vorm van weten die niet uitsluitend rationeel is, maar ontstaat door aandachtig kijken en het toelaten van wat zich niet direct laat verklaren.