Wia van Dijk

Alumnus van het jaar award

Uitreiking alumnus van het jaar award, de Athena Noctua op 5 september 2022

 

Sinds 2009 reikt de RUG jaarlijks de Alumnus van het Jaar prijs uit aan een bijzondere oud-student. De prijs is zowel een uiting van waardering als van aanmoediging voor een oud-student die een bijzondere bijdrage geleverd heeft aan de maatschappij, wetenschap, sport of cultuur, een inspiratiebron is voor anderen en geldt als een belofte voor de toekomst.

De prijs voor de Alumnus van het Jaar bestaat uit een speciaal hiervoor ontworpen beeld van beeldend kunstenaar Wia van Dijk. De ‘Athena Noctua’ is een puur en krachtig bronzen beeldje dat staat voor wijsheid, nieuwsgierigheid en fierheid. Elk jaar wordt het beeld gepersonaliseerd door de kleur van de ogen te veranderen die past bij de persoonlijkheid van de winnaar.

Lees meer...

AIR De Missie

Vanaf 9 september t/m 13 november 2022 kun je in Stedelijk Museum Breda terecht voor een bijzondere expositie: AIR De Missie. Kunstenaars Ronald van der Meijs, JaDa (Jan Van Den Dobbelsteen en Danielle Lemaire) en Sophie Mantel zijn van eind 2020 t/m eind 2021 afwisselend 3 maanden werkzaam geweest in Park Zuiderhout. www.stedelijkmuseumbreda/airdemissie

Lees meer...

Levensaderprojekt 2015 -heden

Kleurvariaties waarin de levendigheid en de emotie van de mens zich spiegelt.

Mijn ogen eten kleur; Als ik in de file sta of op de snelweg een auto passeer betrap ik mij er regelmatig op dat ik de kleur van de auto naast me aan het analyseren ben. Denkbeeldig ben ik aan het mengen en probeer de opbouw van de kleur te achterhalen. Een auto met een onbestemde leverachtige kleur- of grijstint met een zweem van…… is een uitdaging. Het is niet alleen de samenstelling van een kleur die mij uitdaagt maar ook de ongrijpbaarheid van de eeuwenoude onderlinge werking van kleuren op elkaar. Naast het bevragen van de kleur heb ik een bijzondere fascinatie voor het brein; onze gedachtenwereld met herinneringen en emoties. Als kind verbaasde ik me al over ons hoofd, de plek van onze hersenen waar gedachten stromen en herinneringen worden opgeslagen en onze eigen wereld herbergt. Bij het ouder worden is deze verwondering niet verminderd, in tegendeel. In vroege werken zijn het beelden en installaties met titels als ‘opborrelende gedachten’, ‘7001 gedachten’, ‘de kleuren van mijn kamer’, ‘herinneringen’, ‘huis der gedachten’, en ‘in de tijd der tijden’, die hierover vertellen. In deze werken  gebruik ik de kleur als onderscheid om uitdrukking te geven aan de waarneming van emotie in tijd en ruimte.

3 kleurpaletten WWC Holdert Emmen 2022

Lees meer...

Fading: wat is, was en zal zijn

Mijn bijdrage aan de zomeropstelling 2022 is het beeld Fading. De titel duidt op het loslaten en activeren van ons bewustzijn als denkende wezens; wat is, was en zal zijn.

Het beeld bestaat uit twee op elkaar geplaatste elementen en begeeft zich op het gebied van de schilder- én de beeldhouwkunst. Waar houdt een 2-dimensionaal werk op en begint een ruimtelijk werk?

‘Ik construeer een ruimtelijk beeld vanuit de basiselementen vorm, lijn en kleur. Ingezoomd lijkt het schilderkunst. De complexiteit van de wereld vereenvoudig ik hier tot lijn en kleur. Gezamenlijk vormen zij een gelaagd netwerk; is dit ruimte? De beeldhouwkunst biedt mij antwoord: de massa laat hier anders dan zwaarte lichtheid zien.’   

 

 

Informatie Beeldenpark Anningahof Zwolle  www.anningahof.nl

 

Lees meer...

de gekleurde brug – tussen licht en donker

 

schetsontwerp voor de Weldammerbrug

 

De 88 pijlers met klankkleuren van de menselijke ziel, de herinneringen en emoties, ook zij spiegelen evenals het landschap, grilligheid en harmonie. De ‘gekleurde brug’ met als subtitel ‘tussen licht en donker’ verwijst naar het verlopen van de tijd, opgang, bloei en verval, lichtheid en vrolijkheid, zwaarte en donkerte. Zij vertellen over de onlosmakelijke verbondenheid tussen eenheid en verscheidenheid, de brug als verbindingselement tussen mens en natuur, tussen toen en nu.

Mijn eerste ontmoeting met de brug, over het Twentekanaal tussen Goor en Diepenheim, tijdens de orienterende fietsroute was een moment van verbazing. Fietsend vanuit de schaduwrijke bossen met hoge bomen gaf deze plek een oase aan licht en ruimte waar ik puur gevoelsmatig tot werd aangetrokken. Wat was het precies dat deze plek, de brug over het water zich in mijn hoofd nestelde. Wat intrigeerde mij, was het de reikwijdte van de ruimte, het landschap, het water, de brug, de monumentaliteit, de repeterende pijlers of de voorbij razende auto’s. De brug en het water maakten immers geen deel uit van het oude landschap ten tijde van Craandijk.
Voor de overtuiging van de plek en mijn ideevorming zijn Craandijk [1834-1912] en Goethe [1749-1832] van invloed geweest, door hun overeenkomstige voorliefde voor de natuur. Craandijk’s beeldende beschrijvingen van z’n wandeltochten, z’n scherpe blik voor contrasten spraken tot mijn verbeelding en verhelderden ook mijn fascinatie voor de plek. Deze reisbeschrijvingen brachten me ook bij Goethe’s gedicht ‘Gesang der Geister über den Wassern’. In dit gedicht wordt de ziel van de mens vergeleken met het landschap. Craandijk’s beschrijvingen van plekken in het landschap herinneren eveneens aan bloei en verval waarbij donker- en lichtheid, ruimte en intimiteit elkaar afwisselen.
Lees meer...

op de schoot van je moeder

Proloog: Rood is stoppen, groen is doorlopen.  

Als de zon achter een heldere horizon zinkt en er binnen honderden kilometers geen land te bekennen is, geen vocht in de lucht zit en er geen atmosferische storingen zijn, kan het gebeuren dat je de groene straal ziet. De laatste straal van de zon als die verdwijnt achter de ronding van de aarde. Deze groene flits is vaak zo snel verdwenen dat je aan zijn bestaan zou twijfelen. Voor zeelieden was de Green Ray een teken van hoop (en ‘kleurde’ zo hun bestaan).

In 1882 verscheen van Jules Verne het boek Le Rayon Vert, in het Nederlands ‘De Wonderstraal’ maar letterlijk vertaald is het De Groene Straal. Het boek gaat over de zoektocht naar de groene flits. Meer dan een eeuw later zal de Britse kunstenares Tacita Dean ook de wereld rondreizen op zoek naar het bijzondere fenomeen. Ze filmt het uiteindelijk vanaf het strand van Madagaskar, op de laatste dag van haar verblijf aldaar. De straal zelf ziet ze pas nadat ze deze laatste opname terugkrijgt uit het filmlab in Londen.

In 1992 maakte Wia van Dijk De Groene Ster en de Twaalf Sterren, een muurschildering in combinatie met twaalf zuilobjecten voor het stadskantoor in Zaanstad.

Lees meer...

in de tijd der tijden

in de tijd der tijden Hortus Botanicus, Haren

Kleur, het is door de aarde gegeven en kunstenaars maken er naarstig gebruik van. Waar van oudsher, okers roden boden, lapis lazuli een hemels blauw en houtskool een roetzwart pigment, vervaardigen chemici in onze huidige, maakbare wereld de meest uiteenlopende kleuren. Pigmenten zijn een onderdeel van de kunstenaarstaal, klankbepalend voor een werk. Vele kleurenstudies ontstonden in de loop der eeuwen, variërend van lichtgolven tot gevoelswaarden. Er is licht nodig om kleur te zien. En speelt het licht dóór de kleur, dan is het effect uitgesproken transcendent. In de gotiek bereikte dit in glas-in-loodramen een fonkelend hoogtepunt. Voorstellingen vertellen de devotionele verhalen, maar vooral de kleur versterkt het hemelse karakter krachtig. Kathedralen waren immers godshuizen, daar binnen was de gelovige weg van de aardse beslommeringen.

Lees meer...

NU OPEN

‘NU OPEN’ is de titel van de installatie die Wia van Dijk deze zomer in Frontaal heeft gemaakt.

‘Nu’ – dit moment, de tijd – en  ‘Open’   – onbegrensd, transparantie –  zijn,  sleutelwoorden in haar huidige werk. Op overrompelende wijze is dit in deze expositie zichtbaar. Bij binnenkomst wordt de kijker als het ware overvallen door een ruimte vol gekleurde banen die op de wand en de vloer aangebracht zijn in een patroon van horizontale en vertikale strepen. De ruimte zindert; overal verftoetsen, overal kleur, onderbroken lijnen, overgangen in kleur – van fluorrose naar donkerbruin, zwart -. Bijna geen schakering ontbreekt.  In de dynamiek van kleur en beweging vallen patronen te ontdekken die eindeloos door kunnen gaan.  De begrenzing van de ruimte wordt afgetast.

Een geheel andere ervaring overkomt de kijker aan de andere kant van de expositieruimte. Daar staat een bouwsel – aluminium met gekleurde glasplaten, in verschillende gradaties van doorschijnendheid, drie verdiepingen hoog -. Sereen van vorm en helder van kleur. Het staat er stil, in zichzelf gekeerd.

Het nodigt uit tot een ingetogen ontdekkingsreis; er omheen lopen, doorkijken, aanraken, binnen- en buitenvorm onderscheiden. Een ervaring die een gevoel van intimiteit oproept en zo anders dan de overdonderende indrukken van kleur, beweging en ruimte in het andere deel van de expositie.

Het zijn ogenschijnlijke tegendelen opgebouwd uit elementen die zich vermengen en elkaar aanvullen.’Het is de zoektocht naar totaliteit die telkens opnieuw wordt verbeeld’, schrijft Erik Luermans in het beeldboek ‘Aaneen’ dat dit jaar over het gehele oeuvre van Wia van Dijk is uitgegeven.

nu open muurschildering Frontaal, Appingedam
Lees meer...

de kleuren van mijn kamer

de kleuren van mijn kamer, startfase KIK Kolderveen

In de schaarsverlichte ruimte staan stevige wit geschilderde betonnen kolommen die vloer en plafond met elkaar verbinden. De statische kolommen domineren de ruimte en ik zie ze als aders en zenuwen in het binnenste van het binnenste. Binnen deze ruimte spiegel ik het innerlijke en doe ik verslag van een reis, waarbij ik kleuren laat zijn als metafoor voor gedachten en emoties. Het is een reis die voert langs een onophoudelijke stroom:

in het binnenste van het binnenste huizen de gedachten en emoties. Zij zijn voortdurend in beweging. Ze zijn te vergelijken met een stromende rivier rustig kabbelend en dan onverhoeds razen zij in een versneld tempo. Voortdurend wisselend in snelheid kunnen ze ongemerkt in elkaar overgaan. Zij kleuren en ordenen zich. Het moment slaat zich op en gaat zijn weg…..

Lees meer...

pezzettino in het Gerechtsgebouw te Groningen

Het atelier van Wia van Dijk is bedekt met een dikke laag gekleurd krijtachtige stof. Een deel van de vloer wordt in beslag genomen door wonderlijke bouwseltjes. Hun kleuren zijn als in een ochtenddauw, als onder een wit vliesje. Het is een stad als in een visioen. Hier staan de elementen voor het werk voor het gerechtsgebouw. Elk torentje is gestapeld uit losse bouwstenen van beton, ongelijk van grootte maar steeds in diverse tinten van één kleur. Lindegroen, mintgroen, dennegroen, blauwgroen. De kleuren zijn zoet en suikerachtig, alsof ze de harde materie van het beoton willen verzachten. De werkwijze herinnert aan het spelen met de blokkendoos. De opbouw voldoet aan de meest primitieve wetten: de grote stenen dragen de kleinere stukken. Maar steeds zoekt Van Dijk naar de grenzen van deze wetten, de spanning van het uitproberen hoever je gaan kunt voordat de toren omvalt.

Straks worden deze wankele en vertederende bouwseltjes aan een ronde betonnen wand bevestigd. Ze zullen voor een deel de spanning van het balanceren inwisselen voor vastigheid. Een nieuwe spanning treedt nu binnen. De elementen maken zich los van de muur, de ruimte in. Een pas naar links of een pas naar rechts verandert steeds de aanblik. De zijkant geeft nieuwe informatie over hun ontstaansgeschiedenis. En kleur is vooral vorm geworden. Het werk is veel  formeler nu. Elk bouwsel is eerst verlijmd en vastgezet tot een solide geheel. Vervolgens zijn de elementen in een streng patroon van tweemaal een vierkant van elk negen elementen aan de muur bevestigd. Zo ontstaat een veld van regelmatige kleurvlakken op een grauw betonnen muur.

De overeenkomst in materialen zorgt voor een vanzelfsprekend effect. De kunstenaar is van rol verwisseld en is van tovenaarsleerling tot mathematicus geworden. Maar de objecten dragen het geheim van hun ontstaan met zich mee. Het is niet meer zo direct voelbaar maar wel af te lezen. En in het geordende geheel wordt hun boodschap heel helder. De totaliteit der dingen is het eindreslutaat waar het omgaat en daarmee het besef dat elke stap in het leven een onder deel is van een groter geheel.

Uit: catalogus kunst in het Gerechtsgebouw te Groningen, in opdracht van de Rijksgebouwendienst te Den Haag

pezzettino gepigmenteerd beton Gerechtsgebouw, Groningen
Lees meer...

play around

De expositie getiteld ‘Play around’, is een voortzetting van de eerdere introducties van haar werk bij de galerie, die zich richt op ontwikkelingen in de hedendaagse kunst.

Wia van Dijk: “Wat mij fascineert in de beeldhouwkunst is de tastbaarheid en het fysiek aanwezig zijn van een beeld. De allerdaagse zwaartekracht die een bepaalde logica eist en het directe contact van het beeld met zijn omgeving’. Principes uit de beeldhouwkunst beperken haar niet, maar nodigen haar eerder uit ervan af te wijken als het bijdraagt aan haar beeldtaal. Met een open houding laat Van Dijk zich leiden door een innerlijke drive. Ze volgt haar eigen wetmatigheden om aspecten van de schilder- en beeldhouwkunst tot één geheel te brengen. Ze schildert en tekent met driedimensionale vormen. Zo ontstaan ruimtelijke beelden als dragers van kleur. Hierin voelt zij zich verwant met de Amerikaanse kunstenaar Jessica Stockholder en de Duitse kunstenaar Katharina Grosse. Ook deze kunstenaars onderzoeken het bereik en de nieuwe mogelijkheden van de schilder- en beeldhouwkunst in relatie tot de ruimte.

play around galerie Smarius Wolvega
Lees meer...

stralende kleuren

Als je vanuit Wolvega de Sonnegaweg oprijdt, waar galerie Smarius sinds 2005 is gevestigd, zie je voor de oude stolpboerderij, een hoge, kleurrijke zuil van Wia van Dijk oprijzen. Het aluminium van de driedelige, telescoopachtige vorm ‘Verleden, heden en toekomst’ is bedekt met een letterlijk schitterende lappendeken van horizontale en verticale kleurvlakken van verschillende formaten. Een prachtig contrast met de weidse omgeving. De groene weilanden lijken er nog groener door en de hemel nog blauwer. Je kunt er een verloop in zien: de basis wordt gevormd door grotere vlakken in verzadigde kleuren, variërend van indigoblauw, lichtgrijs, zwart, maar ook lichtgeel. Naarmate je hoger komt worden de vlakken kleiner en de kleuren lichter, maar zonder dat er sprake is van een systematiek. Want Van Dijk koestert haar vrijheid, een vrijheid die ze herkent in het werk van Jessica Stockholder en Katharina Grosse, en die ook tot uitdrukking komt in de titel van de tentoonstelling ‘Playing Around.’

Het werk van Van Dijk is terug te voeren tot het modernisme. Hoewel ze veel intuïtiever werkt, zijn er raakvlakken met het geometrisch abstract werk van Bauhausdocent Josef Albers (1888-1976), die in 1933 naar Amerika vluchtte en grote invloed uitoefende op de fundamentele schilderkunst. Voor Albers waren kleuren synoniem met gevoelens en dat geldt ook voor Van Dijk, ook al blijken die per persoon wel te verschillen. Dat ondervond Van Dijk toen ze leerlingen van de basisschool vroeg welke kleuren zij associeerden met de ‘Heden, verleden en toekomst’. Het leverde een bont palet van kleuren opleverde die het gelijknamige beeld hebben bepaald.

Lees meer...

de zoektocht naar totaliteit

in de tijd der tijden II Landgoed Anningahof, Zwolle

Het beeld In de tijd der tijden, met behulp van een eenvoudige aluminiumconstructie enkele decimeters boven het grasveld geheven, staat er opvallend bij temidden van het groen in de Hortus Botanicus te Haren. Het formaat roept de associatie op van een huis, maar voldoet niet aan de functionele eisen daarvan. Integendeel. Het huis is gesloten maar door de gekleurde glazen platen tegelijkertijd toch transparant. Het interieur laat zich van de buitenkant slechts raden. De gekozen vorm, structuur en contouren zijn van een verrassende eenvoud. De kleuren verlopen. Ze worden naar boven toe transparanter en feller. Ze zoeken het contrast op zonder het totaalbeeld uiteen te scheuren. De reflecties van de lucht, van het licht en de schaduw, van het grasveld en de omringende bomen versterken deze complexiteit.

De titel In de tijd der tijden geeft aan dat een moment van waarnemen, denken en associëren in een groter geheel opgaat. Het wordt opgenomen in een lange reeks van momenten die tezamen ons tijdsbeeld vormen. Het beeld van toen, nu en straks.

Deze manier van denken en werken is karakteristiek voor het gehele oeuvre van Van Dijk. De stapeling van elementen in specifieke vormen, formaten en kleuren, uitgelegd op de vloer, functionerend als monumentaal buitenbeeld, of als een kleinood aan de wand, is uitgegroeid tot een manier van vertellen. Natuurlijke vormen en vormen aan de natuur ontleend kunnen uitgroeien tot het idioom van de architectuur. De kleur, en vooral de heldere toon, blijft niettemin dominant. De materiaalkeuze lijkt hieraan ondergeschikt. Glasplaten of speelgoedautootjes, beton of schilderij: het zijn allen slechts voertuigen voor de kleur om haar verhaal te vertellen. Ogenschijnlijke contrasten verkennen de grenzen van het waarnemen, maar worden omgesmeed en tot een groter geheel gemaakt. De esthetiek vormt in dit spel een belangrijk wapen. Hier gaat het niet om de wil te behagen. Hier dient de esthetiek de schoonheid, in de zin van eenvoud en helderheid. In haar werk richt Van Dijk zich op een innerlijke wereld die onlosmakelijk verbonden is met de haar omringende wereld. Het is de zoektocht naar totaliteit die telkens opnieuw wordt verbeeld.

Lees meer...

opborrelende gedachten

De hersenen, het domein van het denken en van de gedachten. Ieder mens heeft ze, de gedachten ze zijn individueel, onzichtbaar en bevatten emoties. Gedachten komen op en verdwijnen en maken plaats voor een volgende gedachte. Ze staan nooit op zichzelf. Ze maken deel uit van een reeks. Ons brein is dan ook onophoudelijk in beweging.

Als klein kind was ik hierdoor al gefascineerd en deed ik ‘s avonds wanneer ik op bed lag vaak pogingen mijn gedachten te laten stoppen. Ook nu nog schieten mijn gedachten soms tot vervelends toe alle kanten op. Ik ben niet echt een chaotisch type maar vind die stromingen in mijn gedachten soms knap lastig. In mijn werken van de afgelopen drie jaar wordt deze fascinatie voor gedachten steeds zichtbaarder. Hoe bewegen ze zich, hoe ongrijpbaar zijn ze en hoe zijn ze verweven met een gevoel?

In mijn laatste ontwerp Op borrelende gedachten en de zes gouden kussens dat ik maak voor het nieuwe Cultureel Centrum van de gemeente Zuidhorn, staan ook weer gedachten centraal. Gedachten vormen immers de basis van de ideeÎn en liggen ten grondslag aan de cultuur van de mensheid.

Het gebouw heeft een architectuur van eenvoud en helderheid. Glazen puien, subtiel gekleurd, scheiden binnen en buiten. Voor het gebouw is een uitgestrekt bassin met een dun laagje water, dat zacht heen en weer stroomt. Op de bodem van het bassin in het beton staan korte teksten. Het zijn gedachten die leerlingen van de basisschool hadden als associatie bij het Cultureel Centrum.

Op het wateroppervlak ‘zweven’ glanzende bollen in heldere sprankelende kleuren en verschillende maten. De bollen zijn zodanig aan de bodem bevestigd dat ze stevig vast zitten, maar wel de suggestie wekken dat ze drijven, meedrijven op de stroom van het water. Die beweging, de weerspiegeling van het water in het oppervlak van de bollen, de teksten die soms duidelijk leesbaar zijn en dan weer verdwijnen in het bewegende water, staan symbool voor ideeÎnstromen. Het zijn gedachten die opborrelen en weer plaatsmaken voor nieuwe gedachten.

Lees meer...

aards en lichtvoetig

We willen dingen onderzoeken en ze hun eigen vormen laten ontdekken. Het staat ons tegen er van buitenaf een vorm aan te geven, ze van buitenaf te determineren, ze aan wat voor soort wetten ook te onderwerpen, ze te dicteren. (Hugo Håring, Wege zum form 1925)

Deze ruim 75 jaar geleden genoteerde zinnen zijn karakteristiek voor de mentaliteit van waaruit Wia van Dijk in de jaren ‘80 haar werk benadert. Zij zoekt naar vormen die in het grensgebied tussen figuratie en abstractie vanzelfsprekend zijn en niet geforceerd overkomen. Zowel qua materiaal als qua kleur is haar werk uit deze periode elementair, helder en direct. Dankzij deze eigenschappen laat Van Dijk zowel in haar vrije werk als in opdrachtsituatie vormen ontstaan die blijven boeien, en die een relatie aangaan met de omgeving waarin het geplaatst wordt. Over de relatie tussen het beeld en zijn plek in de beginperiode zegt zij: ‘het beeld moet niet op je afkomen, je moet het ontmoeten. Of misschien wil ik wel dat de toeschouwer het zelf ontdekt’. Enkele vroege werken van haar hand laten zien wat zij hiermee bedoelt. Zo toont Nabij twaalf (1989), gemaakt voor de Kloostertuin te Beuningen, twee identieke elementen van gegoten grijs beton. Door de manier waarop de delen zijn opgesteld, suggereren zij oorspronkelijk een vorm te zijn geweest, die in het midden is doorgesneden.

nabij twaalf kloostertuin Beuningen
Lees meer...

kunst bij het gerechtsgebouw

muurschildering keimverf op beton, Gerechtsgebouw Amsterdam

De muurschildering van Wia van Dijk (1954) lijkt een voorlopige synthese van haar tekenwerk en haar ruimtelijke werk.

Op de witte muur zijn in een fijnkorrelige structuur grote cirkelvormen aangebracht. De cirkelvormen zijn van wisselend formaat en zijn geen van allen perfect rond. Ze hebben forse inkepingen aan de rand en doen zo denken aan bloemen of zonnen, maar tegelijk roepen ze met hun tandingen associaties op met het blad van een cirkelzaag. Lieflijk of vervaarlijk? Als bliksembollen rollen ze over de muur. Deze contrasterende interpretatiemogelijkheden lijken geheel in overeenstemming met de bedoelingen van Wia van Dijk.

Onder het motto ‘alles is onderscheid’ heeft zij in haar werk voortdurend tegenstellingen verkend. Open en gesloten vormen, massa en ruimte, zichtbaar en onzichtbaar zijn de elementen waarmee zij haar beelden formeert. Ook brengt zij haar afzonderlijke werken met elkaar in contrast in ruimtelijke presentaties van zowel tekeningen als beelden en wandobjecten. Vorm, materiaal, kleur en ruimte spelen mee in een totaal van tegenstellingen en aanvullingen. De muurschildering geeft hiervan een gecomprimeerd beeld weer.

Enerzijds toont het de vorm op het plattevlak waarbij contour, kleur en textuur belangrijk zijn. Anderzijds worden de vormen ruimtelijk door hun vrije plaatsing tegen een neutrale achtergrond, door de gesuggereerde beweging en door de referenties aan de beelden die Van Dijk eerder maakte. De schildering is zo een optelsom van elementen uit het totale werk van Wia van Dijk, maar tevens een nieuwe en zelfstandig werk dat zich voegt in de reeks van aanvullende contrasten. Als een kraal in een veelkleurige ketting.

Lees meer...